Mijn stem zit in die bus

De regen komt met bakken uit de lucht. Mijn slimme plan om de hond mee te nemen valt nu letterlijk in het water, want hoewel ik niet van suiker ben heb ik geen zin om een flink stuk door dit bagger weer te gaan wandelen. ‘Je moet nog maar even wachten Sisi’, zeg ik tegen haar en ik trek mijn jas aan, pak de envelop die op tafel ligt en geef vriendlief een kus. Tot zo!

30051000400827, 15-02-2002, 12:56, 8C, 4435x3589 (860+1872), 100%, prent RANH, 1/120 s, R69.0, G42.0, B54.0
Bron van de foto

Vandaag is het weer zo’n woensdag dat het de bedoeling is dat we gaan stemmen. Dit keer niet voor een gemeenteraad of een kabinet, maar voor Oekraïne. Ik moet eerlijk bekennen dat ik me niet heel erg grondig heb ingelezen. Het is zo’n onderwerp waar ik ook niet veel vanaf weet en het eigenlijk ook allemaal niet perse zo goed hoef te weten. Ik meet mijn stem aan partijen waar ik wel van op de hoogte ben, misschien is dat lui, maar ik ben tenminste niet te lui om naar de stembus te gaan.

Hoewel er heel dichtbij een stembus zit sprint ik naar mijn auto toe en rijd ik in nog geen 5 minuten naar de plaatselijke voetbalvereniging waar ze in de kantine een aantal stemhokjes hebben neergeplant. Het is niet druk, maar er staat wel een rij en ik moet heel eventjes wachten op mijn beurt. Dat doet me goed, want toen ik terug reed van mijn werk hoorde ik op de radio dat het niet zeker was of de 30% gehaald zou worden. Gelukkig is de stembus nog zo’n 2 uur open.

Een meisje gooit haar stem in de container, wat moet doorgaan voor stembus. ‘Je eerste stem!’ zegt haar vader trots en ze lacht. Ik denk terug aan mijn eerste keer, zo’n tien jaar geleden. Ik weet niet meer waarvoor ik moest stemmen, maar ik weet nog wel op welke partij het was. Tien jaar later is mijn mening niet veel veranderd, de politiek overigens ook niet, dat is dan wel weer jammer.

Het is mijn beurt, ik maak het rondje van mijn keuze rood en werp m in de container. Dan ren ik door de regen terug naar mijn auto. In totaal ben ik nog geen 10 minuten binnen geweest, en na een kwartier ben ik ook weer thuis. Het voelt altijd erg goed als ik gestemd heb. Ook al heeft het misschien niet direct resultaat, ik heb tenminste stemrecht. Ik laat een ander niet bepalen waar mijn stem heengaat. Ik laat een ander toch ook niet bepalen wat ik elke avond moet eten? Waarom zou ik mijn stem weggeven?

Waarvoor ik stem, is mij vaak maar half bekend. Maar het feit dat ik stem, dat ik bepaal wat ik denk dat goed is. Dat is zo’n prachtig iets, daar moet je in mijn ogen trots op zijn. Dat moet je koesteren. Jij, als individu, jou mening telt, het maakt niet uit wat die mening is, het maakt wel uit dat je gebruik van maakt dat je die mening mag hebben. Waar zouden we zijn zonder onze vrijheid van mening? Waar zouden we zijn zonder ons stemrecht?

Het zou een grote gevangenis zijn.